vrijdag 18 mei 2012

Ik zie een ster. Muziek 2012 en 1974.

Nog even en dan is het weer zover. Het songfestival. Er zijn tijden geweest dat het een jaarlijks terugkerend muzikaal hoogtepunt was, waar je op zaterdagavond voor thuis bleef. Eerst de Eurovisietune. Hooggespannen verwachtingen. Hoe zien ze eruit? Speelt het orkest, onder leiding van Harry van Hoof, zijn partij foutloos?
Mouth and Macneal met Ik zie een ster…. kan ik me nog goed herinneren. Ik ben lang fan gebleven van Maggie Macneal, zoals trouwe lezers weten. Vorig jaar september schreef ik over het coveren van Maggie (Zie archief: Toppop).
Het songfestival is nu absoluut minder prominent aanwezig. Ik moet zeggen dat het liedje van dit jaar, You and me van Joan Franka, me wel aanspreekt. Ik heb lange tijd niet geweten dat het ons songfestivalliedje was. Het klinkt een beetje buitenlands en het heeft een pakkende melodie. Joan bezingt een jeugdherinnering. Ze heeft het nummer zelf geschreven. Ze is niet doorsnee, heeft een aparte stem, een bijzonder uiterlijk én ze speelt gitaar. Ik geef het wel een kansje. Misschien komt ze door de eerste ronde, maar ik blijf er niet voor thuis.
38 jaar geleden dus wel! Maar zo spannend als met Mouth and Macneal zal het nooit meer worden. Zij worden derde in 1974. In dat jaar wint Abba met Waterloo. Dát is een evergreen. Net als Ding A Dong van onze eigen Teach In. Zij winnen een jaar later.
Het zou mooi zijn als Nederland weer eens positief voor het voetlicht komt, maar ik heb het idee dat het al lang niet meer gaat om degene die het leukste lied heeft en het mooist kan zingen. Uitstraling en opvallen is nu het devies. Heeft ‘Indiana Joan’ genoeg charisma en gaan wij dit jaar eindelijk weer eens ‘een ster’ zien?






woensdag 9 mei 2012

Poetsen en catering. Muziek uit 2010.

De volumeknop vér open en dan lekker meebléren terwijl je de ramen aan het lappen bent. Dat gebeurt als Hold on to me van Michael Bublé onze geluidsboxen passeert. Er zijn vast lezers die nu een beeld voor ogen hebben van mij, druk in de weer met spiritus, spons en zeem, al dan niet in combinatie met een schort en rubberen handschoenen.
Dat beeld klopt niet! Althans niet in combinatie met mijn persoon. Het klopt wel als je mijn alter eega op het keukentrapje plaatst. Zij is een grote Bublé fan en met name dit nummer staat hoog in haar Poets Top Tien. Daar staan bijvoorbeeld ook nummers in van El Divo en The Ten Tenors.
Ik ben erg blij met haar muzikale uitspattingen, omdat op deze manier het poetsen voor haar zo’n prettige bezigheid wordt, dat ze er niet over peinst om mij daarin te betrekken. Nee, in ons huis runt mijn alter eega de afdeling Poetsen en Schoonmaak!
Soms heeft deze afdeling teveel werk. Dan word ik als inleenkracht ingezet. Meestal voor stofzuigwerkzaamheden. Onder het stofzuigen kun je namelijk de muziek niet horen!
Misschien zijn jullie nu jaloers, omdat ik geen koelkasten hoef schoon te maken en geen vloeren hoef te dweilen. Heel begrijpelijk, maar daarentegen run ik de afdeling Inkoop en Catering. Deze afdeling zorgt dagelijks voor een verantwoorde maaltijd. Daarnaast zorgt I&C op bijzondere dagen voor extra maaltijden of lunchpakketten. Tevens zorgt zij dat er altijd voldoende voorraad is. De afdeling Poetsen en Schoonmaak moet overigens wel tijdig doorgeven dat bijvoorbeeld het schoonmaakmiddel op is, anders zal Inkoop en Catering het niet aanschaffen. Daar staat tegenover dat Poetsen en Schoonmaak de meeste cd-aankopen doet. Zo helpen wij elkaar. Baby, let’s hold on to that!


woensdag 2 mei 2012

Verdovende middelen. Muziek uit 1979.

We zitten in de wachtkamer van de kaakchirurg. ‘Misschien is het niets en kun je zonder operatie weer mee naar huis.’ zegt mijn alter eega hoopvol. ‘Je haalt me de woorden uit de mond.’ zucht ik zielig. Dan is het mijn beurt. De kaakchirurg kijkt peinzend naar de röntgenfoto. Ruim 30 jaar geleden, waarschijnlijk nog voor zijn geboorte, is van een voortand de wortelpunt verwijderd. Er zat een ontsteking. Nu lijkt dat opnieuw het geval. ‘Toch maar even open maken.’ besluit de jonge medicus.
De verdovingsspuiten boezemen mij de meeste angst in. Zijn die eenmaal gezet, dan kan ik me aan de hand van de krabbende, raspende en wrikkende geluiden wel een voorstelling maken van de handelingen, maar dan vóel ik ze in ieder geval niet.
Tijdens de inwerktijd van de verdoving legt de assistente groene lappen over mijn voorhoofd en vanaf mijn kin naar beneden. Ze praat geruststellend over het weer. 'Afgelopen maandag, Koninginnedag, was het ook zo mooi. Hebt u ervan genoten?’ vraagt ze vriendelijk, terwijl ze het benodigde gereedschap op mijn buik legt. ‘Uhu’ knik ik, omdat ik denk dat mijn mond het niet meer doet. ‘Hebt u iets leuks gedaan?’ vraagt ze verder. Kennelijk heeft zij het idee dat ik nog wél gewoon kan praten. ‘Ja, zingen met ons koor.’ Dit is blijkbaar een geruststellend gespreksonderwerp. Er worden meer vragen gesteld. Uiteindelijk vraagt ze: ‘Bij welk koor zingt u?’ ‘Sfffinkoffereesjen’ klinkt hen waarschijnlijk niet erg bekend in de oren, maar het geeft haar en de arts een goede indicatie van de werkzame stoffen in de verdoving.
Het mes gaat erin en op de radio hoor ik: You took the words right out of my mouth van Meatloaf. Ik ben weer helemaal terug in 1979!